Het loslaten gaat beginnen (nu pas echt)

Vol trots staan we regelmatig aan het hek van de bouwplaats. Wekelijks zien we het pand van de woongroep groeien. Nog geen hoogste punt, nog geen grande opening maar het geeft nu al een bijna euforisch gevoel van YES, WE DID IT!

 

Al jaren als mensen om ons heen op het woongroep-verhaal reageren met ‘het zal straks best moeilijk voor je zijn’ reageer ik laconiek en luchtig met; ach het is gezond dat ze het huis uit gaat, voorbereid op de toekomst als wij ouder worden. Renée gaat het liefst elke zondag naar Ikea om plannen te maken, die heeft er zelf heel veel zin in. En soms vertel ik eerlijk dat ik er ook naar uitkijk, dat het tijd wordt omdat het soms best een beetje zwaar is om -zeker sinds het virus- en ondanks de zelfstandigheid van onze dochter, toch 24/7 het lijntje met je kind te hebben. Nee hoor, het is goed zo.

 

Als het uitkomt vertel ik dan ook dat je bij een ouderinititief toch meer betrokken zult zijn en als Renée kleding moet kopen ik mee zal gaan, zo ook naar de tandarts, rijden naar sport of carpoolen voor de disco. We zijn als ouders nog vaak genoeg aan de beurt, dus heel veel zal er niet veranderen.

 

We maken plannen om alle in de loop der jaren verzamelde en cadeau gekregen uitzet van onze dochter eens uit te stallen. Deze zetten we op een lijst om te zien wat er nu eigenlijk allemaal al is en nu in allerlei hoeken, gaten, dozen en tasjes is weggestopt. Vorige week hadden we een online-speeddate met de orthopedagoge om dochterlief nog weer beter te leren kennen om zo binnenkort een voorstel te gaan doen wie welk appartement gaat bewonen. En nu kregen we een uitnodiging in de mailbox voor een logeerweekend met een activiteit voor de ouders om voor te bereiden op ‘misschien wel een van de grootste veranderingen in ons leven’.

 

Het gevoel van, het kan niet snel genoeg gaan, het idee dat het allemaal toch nog lang duurt, de finish in het vooruitzicht die lucht zal geven…. opeens valt alles weg deze week. Ik voel de tranen branden. Hoe moet het met zus, hoe reageert ze op zo, hoe moet ze omgaan met dit. Opeens is het niet een klinisch plaatje waarbij m’n kind het huis uit en onder de pannen is. Nee opeens is het een heel ingewikkeld verhaal in mijn hoofd met zoveel haken en ogen en stilletjes veel zorgen en angst voor het loslaten en haar niet meer elke dag zien. En angst voor het gemis. Oh meisje, wat zal ik je missen.

 

Maar in de mail over het logeerweekend staat ook ‘we gaan ons als team voorbereiden’. En ja, we zijn een team. We zijn Huizer-maatjes. We gaan allemaal de volgende stappen zetten op de weg die we al jaren bewandelen en we doen dat samen. Elke ouder en elke bewoner heeft zijn of haar eigen gevoelens, valkuilen, rugzakjes, maar we gaan allemaal en met elkaar die stap zetten. En we gaan samenwerken met een professioneel zorgteam. We gaan afspraken maken en we zullen blijven evalueren en bijsturen. Er zullen kinderziektes zijn, maar mijn volwassen dochter gaat op zichzelf wonen in een waanzinnig mooi appartement met een fijne groep jonge mensen om zich heen en alles gesteund door hun ouders. En ze zal haar draai vinden. Samen.

 

Voortaan zal ik zeggen; ja, het zal moeilijk zijn. Maar het is goed zo.

 

TEKST Anneloes van Slooten